Demonstreren is blijk van vertrouwen

Demonstreren wordt vaak in de hoek geplaatst van verwende dwarsliggers, zeker als het demonstraties met een links karakter betreft. Maar in wezen spreekt de demonstrant vertrouwen uit in de machthebbers waartegen hij te hoop loopt. Hij hoopt immers dat zijn demonstratie effect zal hebben, dat de machthebber zo redelijk zal zijn naar zijn verhaal te luisteren en er wellicht ietsje naar zal handelen. Als je dat inziet dan is het behoorlijk dom van de machthebber om agressief en repressief te reageren.
Toen Ruud Lubbers de grootste demonstratie ooit in ons land ter zijde schoof met een “leuk dat jullie dit geluid lieten horen maar ik doe er lekker toch niets mee”, viel het vertrouwen in hem, maar ook in demonstreren weg. Het effende het pad naar rancuneus populisme, het streven naar een mooiere wereld was voor velen voorbij.

Waar je leest dat de verzorgingsstaat in de jaren 70 stagneerde en dat daarom het neoliberalisme opkwam, daar wordt de volgorde omgedraaid. Het neoliberalisme greep de macht en zette de bijl in de verzorgingsstaat. Dat het Kabinet Joop den Uyl de staatskas zou hebben geplunderd waardoor het Kabinet Van Agt zwaar moesten bezuinigen was nepnieuws avant la lettre en kwam uit de koker van ‘s lands eerste populist Wiegel. De staatsschulden stonden er onder Den Uyl namelijk goed bij, zij ontspoorden juist onder Van Agt. Lubbers maakte het “karwei” verder af waarna Paars ons zilverwerk ging verkwanselen.

Het demonstreren raakte geheel uit de gratie, mensen waren nauwelijks nog de straat op te krijgen. Waarom demonstreren als de macht toch niet luistert. En wat voor nut heeft stemmen nog als rond de helft van de kiezers niet eens meer komt opdagen. En de kiezers die wel hun stem uiten doen dat cynisch en bitter, zelfdestructief. In een land waar niet gedemonstreerd wordt is het vertrouwen verdwenen. En daarmee de democratische grondslag.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *