Nooit weggeweest

De rassenleer was bloeiend tot en met de Tweede Wereldoorlog. Dat die leer resulteerde in de grootste genocide aller tijden was reden om afscheid te nemen van dat raciale denken. Althans, zo leek het. Want het racisme verdween natuurlijk niet zomaar. De Nederlanders waren echt niet massaal anti-Duits geweest, het verzet was hier niet erg groot en veel moeite met de Jodenvervolging hadden de meeste Nederlanders niet. Een oude Arnhemmer zei het vorige week onbedoeld eerlijk: “met de operatie Marketgarden (september 1944) begon de oorlog”. Voor Joden, zigeuners en links Nederland was die oorlog toen al 4 jaar aan de gang.

Hoe diep het racisme in onze samenleving zat word je duidelijk als je bijvoorbeeld kranten leest uit de jaren dertig. Minister van Justitie Jan Donner, vader van de schaakgrootmeester en opa van Minister van staat Piet Hein Donner sprak toen in een debat over vreemdelingen en noemde hen “Chinezen en ander ongedierte”. Als je daar de uitspraken van Wilders over landgenoten met een Marokkaanse achtergrond naast legt of de boreale praat van Baudet, dan is er niet veel veranderd. Er is alleen een rustpauze geweest waarin men zich wat heeft ingehouden. Maar met de opkomst van Pim Fortuyn werd niet voor niets gezegd dat “we eindelijk weer mogen zeggen wat we denken”. En de hele Tweede Kamer zweeg toen Wilders afgelopen week weer racistisch uit de bocht vloog(“er stroomt een Marokkanengif door de straten van Nederland”). Het is gewoon geworden, voor de boreale Nederlander.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *