Wasstraat Den Haag II

Voor het pluche worden in Den Haag de idealen weggewassen, maar er gaat daar meer door de wasstraat: de geloofwaardigheid. En dat gebeurt niet alleen omdat de politicus ongeloofwaardig is, maar minstens zo vaak omdat hij of zij ongeloofwaardig wordt gemaakt.
Op het moment dat een bevlogen idealist zich in de kijker heeft weten te spelen en zich vervolgens door de selectieprocedures van een partij heeft geworsteld, wacht hem training. En daar verliest de idealist zijn authenticiteit, zijn eigen geluid, zijn eigen haperingen maar ook zijn eigen welbespraaktheid. Hij gaat dan praten zoals alle poppetjes praten, met hooguit een verschil in dialect of klank. “Het kan toch niet zo zijn ….” is zo’n cliché, hoor je het iemand zeggen dan kan dat Lilian Marijnissen(SP) zijn, maar evengoed Sven Koopmans(VVD) of bijna welk ander Kamerlid ook.

In beroepsgroepen heb je jargon, helaas ook in de politiek. Het blijkt een grote zo niet de grootste veroorzaker van afkeer van politici. Het bewijs daarvoor is het succes van veel populisten. Het is niet alleen het spelen op de onderbuik wat hen populair maakt, het is waarschijnlijk nog veel eerder het taalgebruik. Iemand die ongepolijst op zijn eigen wijze het woord voert wordt geloofwaardiger, die wint het van de door een oud-televisiester getrainde spreker die door de clichés juist ongeloofwaardig lijkt. De kijker ziet het liefst iemand die zichzelf is, en dat maakt hem geloofwaardig. Menig kiezer stemt in de VS bijvoorbeeld liever de authentieke presidentskandidaat die zijn belangen niet dient dan de gladde overtrainde kandidaat die voor zijn belangen opkomt. Dat is hier niet anders.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *